Twaalf tips voor een opgeruimde keuken

FvanRijt_271019a_9
Share on facebook
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email
Share on print

Hoe groot een keuken ook is, hij lijkt altijd te klein. Omdat je de borrelnootjes niet in een slabak legt, chips niet altijd in een Tupperware bakje wilt serveren en een avondmaaltijd niet bewaard in de koekjestrommel, staan keukenkasten vaak helemaal vol met allerlei soorten bakjes. Behalve limonadeglazen hebben we vaak ook nog koffiekopjes, theeglazen, mokken, wijn- en borrelglazen. En dan moet je ook de waterkoker, koffiezet-, tostiapparaat kwijt. Niet gek dus dat het af en toe nodig is om eens kritisch te kijken naar de indeling van je keuken.

In dit blog deel ik twaalf tips om je keukenschoonmaak makkelijker te maken!

Houdt het klein!
– Houdt het klein! De keuken hoeft niet in één keer spik en span te worden. Tegenwoordig hebben we het vaak zo druk dat we, door te denken dat we deze klus in één keer moeten klaren, er maar helemaal niet aan beginnen omdat er geen tijd voor is. Wat is er erg aan om eerst eens met één of twee kastjes te beginnen? Als je dan gelijk het kastje pakt waar je je het meest aan stoort, of dat het meeste uitpuilt, is gelijk je grootste, dagelijkse ergernis alvast aangepakt. Zo doe ik zelf een aantal weken iedere keer een paar kastjes. Op die manier heb je maar een half uurtje of zo per week nodig. Dát halve uurtje is nog wel ergens te vinden, toch?
– Zorg dat je je aanrecht schoon hebt, dan kun je je spullen hier met een gerust hart op zetten en zitten je kastjes niet direct vol met broodkruimels als je ze terugzet.

Wat kan weg?
– Lijkt heel logisch, maar je zou ze de kost niet willen geven die het zelden of nooit doen: alles weggooien wat over datum is.
– En ben je dan toch bezig om alle kastjes en koelkast na te pluizen, kijk dan ook eens kritisch naar wat in je voorraadkast staat. Iets gekregen in je Kerstpakket en na een jaar nog niet gebruikt? Weg ermee!
– Normaliter kun je iets wat je een jaar niet gebruikt hebt wegdoen. Tenzij je niet meer wist dat je het had en blij bent dat je het teruggevonden hebt. Leg het dan op een logische plek neer, zodat je het in de toekomst regelmatig ziet en makkelijk kunt pakken.
– Soms twijfel je over spullen. Doe dan hetzelfde als bovenstaand, maar bepaal voor jezelf een proefperiode. Heb je het in die periode niet gebruikt? Dan weg ermee!
– 10 springvormen in huis terwijl je nauwelijks bakt? Kies de 2 of 3 mooiste formaten/vormen uit. Met de overige kun je wellicht anderen nog een plezier doen.
– Hetzelfde geldt natuurlijk voor glazen en servies. Moet je dat grote spaghettibord echt bewaren terwijl je de spaghetti altijd vanuit de pan serveert?

Indeling
– Houdt met de indeling van de kastjes rekening met het dagelijks gebruik van de spullen erin.
– Kruiden ed. zet je in de buurt van het fornuis, glazen/kopjes bijv. in de buurt van de koelkast of koffiezetapparaat; naar gelang wat voor jou makkelijk in gebruik is.
– Zet spullen die je vaak gebruikt, op ooghoogte of op de bovenste schappen van de onderkastjes.
– Van binnen deel je de kastjes ook zó in dat hetgeen je vaak nodig hebt het makkelijkst te pakken is.
– Gouden vuistregel: kastje maximaal voor 75% vol zetten, zodat je een glas bijvoorbeeld makkelijk van de zijkant of bovenkant kunt pakken.

Begin met één kastje
– Zoals gezegd, begin je met één kastje. Hier haal je eerst alles uit en terwijl je de spullen uit het kastje pakt, ga je bepalen of het straks nog steeds in dit kastje hoort, in een ander kastje, misschien wel in een heel andere ruimte of wellicht gebruik je het al jaren niet meer of is het kapot; dan kan het weg.
– Maak het kastje even goed schoon met een sopje en was de spullen evt. af.
– Wanneer het kastje weer goed droog is, zet je de spullen terug in het kastje waarbij je er rekening mee houdt dat er straks nog meer bij kan komen, wat nu nog in een ander kastje staat.
– Kijk evt. al in de andere kastjes en haal daar alléén uit wat je in dít kastje wilt opbergen.
– Kom je er achter dat je iets mist? Koop het dan snel en berg het gelijk op in het gewenste kastje.

Cluster
– Cluster je spullen: brood, broodbeleg bij elkaar, alle voorraadbakjes bij elkaar, ga zo maar door.

Verdeel
– Stapel verschillende soorten borden niet allemaal op elkaar, maar maak een aparte stapel van alle borden, ontbijt, diep en diner.
– Zet je mokken, thee-, limonade-, wijn- en bierglazen onderste boven in de kast; dan blijven ze het schoonst.
– Ook pannen moet je niet te veel stapelen; dat geeft elke dag ergernis als je eerst 3 pannen moet oppakken voordat je de juiste in handen hebt.

Wat zit erin?
– Bewaar je je kruidenpotjes in een la of mandje?  Plak dan een sticker boven op de dop en de naam van de kruiden erop. Zo pak je makkelijker het juiste potje uit de la of mandje.
– Kleine los slingerende spulletjes zijn ook het makkelijkst terug te vinden als je ze samen in een bakje of mandje bewaard.

Een plek voor je apparaten.
Apparaten die je elke dag gebruikt, staan natuurlijk wel zo handig op je aanrecht, maar je hebt er waarschijnlijk ook die je maar af en toe gebruikt. Zet ze in een kastje of plank waar je minder goed bij kunt op boven op je kastjes. Je kunt ze dan pakken als je ze nodig hebt, maar ze staan je niet dagelijks in de weg.

Geen ruimte meer?
Geen ruimte in je kastjes om de theedoeken in te bewaren? Koop een paar leuke opbergers om ze in te bewaren en maak een mooi plankje om je oliën en azijnsoorten  als een eyecatcher ten toon te stellen.

Handige tips!
– Aluminium-, vershoudfolie, bakpapier, boterham- en diepvrieszakjes; altijd lastig om een fatsoenlijke plek voor te vinden. Tot nu! Zet ze in een tijdschriftencassette en bevestig deze, ietsjes schuin naar achteren, aan de binnenkant van je aanrechtkastje. Ideaal!
– Voor kleine dingen die overal en nergens horen, zoals pennen, elastiekjes, lucifers e.d. maak je een ‘rommellade’ of doe het bij elkaar in een mooi mandje.

Schoonmaakartikelen
Schoonmaakartikelen passen prima in je aanrechtkastje. Ook vuilniszakken, rubberen handschoenen, afwasmiddel, sponsjes enz. worden hier vaak bewaard.

Koelkast
– Voor de koelkast neem je even apart de tijd. Deze moet wel regelmatig schoongemaakt worden, door al het eten en drinken eruit te halen, te kijken of alles nog goed is en vervolgens maak je alle schapjes en plankjes met een sopje schoon.
– Voor de vriezer geldt hetzelfde; ontdooi deze regelmatig en bewaar bevroren restjes niet te lang.
– Te veel ijs in de vriezer zorgt ervoor dat deze harder moet werken en dus onnodig veel energie verbruikt. De vriezer schoonhouden bespaart je dus regelrecht geld!

Tenslotte
– Rommelige keukenkastjes zijn een enorme tijdslurper. Wanneer je iets nodig hebt en je moet eerst alle kastjes doorzoeken, ben je veel langer bezig dan wanneer alles een vaste plek heeft en je er makkelijk bij kunt. Helaas gebeurt het maar al te vaak dat de keukenkastjes na het opruimen langzaamaan weer dichtslibben met allerlei spullen die er óf niet thuishoren óf die beter in een ander kastje kunnen worden opgeborgen.
– Plan dus eens in de zoveel tijd een keuken-opruimen-periode in. Bijvoorbeeld elke drie maanden, of als je dat te vaak vindt, één keer per half jaar.

Kijk je kastjes even door en alles wat weg kan, kan weg. Op deze manier wordt je jaarlijkse schoonmaak van de keuken alweer een stuk makkelijker!